Columnist voorgesteld

‘Kronkels en onzin’, zo noemt Joseph Aldenzee zijn columns die hij het afgelopen jaar wekelijks in onze krant en vanaf dit jaar om de 14 dagen te lezen zijn. We gingen eens bij hem op de koffie en stelden een aantal vragen aan hem.

Je bent van oorsprong componist en filmmaker?
Klopt, muziek speelt nog steeds een grote rol in mijn leven. Een liedje is meestal een herinnering, opgebouwd uit een levenservaring. Als ik naar een oud liedje luister gaat dat altijd over een gebeurtenis en is de gedachte daar. Als de tekst dan echt binnenkomt ontdek je dat mensen in de grondslag hetzelfde zijn. We voelen en ervaren weliswaar alles persoonlijk maar waar het uiteindelijk om draait is voor iedereen hetzelfde. Op zoek naar dat geluk. Voor mij bestaat geluk niet alleen uit momenten van geluk en die wil ik graag zoveel mogelijk beleven. En als je na jaren een dergelijk liedje weer eens hoort is dit een herhaling van een opgeschreven herinnering verpakt in een tijdspad, de herinnering die koester ik. Wie heeft niet die herinnering aan dat ene liedje?

Wat is jouw sterke en je zwakke kant?
Mijn sterkste kant? Het bedenken, het schrijven en hoe het een en ander eruit zal komen te zien waarbij film en muziek bij elkaar komen en tot een geheel worden gebracht. Het bedenken en daarna het maken. Mijn zwakke kant? Ik ga altijd tot het uiterste ook al staat het budget onder druk. Dat is mijn gepassioneerdheid, ik zet mijn schouders eronder als ik er in geloof.

En nu alweer meer dan een jaar de column in Venray boeit?
Ik vind mensen observeren fascinerend en daar schrijf ik over. Vroeger in liedjes nu in films en uiteraard in de columns. Mensen zijn een onvoorspelbare zeldzame diersoort. Niets is slimmer dan de mens. Daarom zo fascinerend. Als je schrijft krijg je min of meer ook een podium maar dan op afstand van de lezers. Schrijven over gewone dingen die ons allemaal kunnen overkomen en die wij kunnen meemaken en ons vooral raken. Die vorm van herkenning is mooi, zoals een mevrouw op de straat mij aansprak en zei: ‘Het is net of je het over mij hebt?’ Een beetje aandacht is er ook een beetje bij horen en dat streelt mijn ego. Want wie wil dat niet? Gewoon erbij horen!

Je bent breed georiënteerd in je columns. Is dat jouw stijl?
In een column mag je alles zeggen, maar de vraag is, moet je ook alles zeggen? De ellende die over de wereld wordt uitgestort is voor een deel te danken aan het feit dat wij het nodig vinden om alles maar te moeten zeggen. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Wat uit de pen stroomt in een cartoon wordt getekend of in een film vastgelegd, kan venijniger zijn dan een kogel. Moorden gebeurt niet alleen met kogels maar geestelijke moord staat voor mij gelijk aan fysieke moord. Op grond van die vrijheid van meningsuiting loopt het wereldwijd de laatste tijd behoorlijk uit de hand. Hoe wil je graag dat de omgeving tegen je aankijkt? Het mooie van een column is dat je alles kan schrijven maar ik niet de behoefte heb om alles zomaar te benoemen.

Hoelang blijf je nog voor Venray boeit schrijven?
Ik heb geen idee, vroeg of laat maak je plaats voor een ander, zoals ik nu ook al ben teruggegaan van wekelijks naar twee wekelijks. Het zal er veel aan gelegen zijn of ik het interessant genoeg blijf vinden om mijn ‘kronkels en onzin’ te blijven delen. Maar het laatste woord is altijd aan de lezer. De aantrekkelijkheid blijft als de lezer het boeiend blijft vinden. Als dat er niet meer is kun je er beter mee ophouden en een dagboekje gaan schrijven. 

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 1435 keer
terug naar boven