Culinair Venray

Als ik door het raam naar buiten kijk, zie ik de schapen in de wei grazen, behalve als er iemand langs loopt, dan rennen ze massaal richting het prikkeldraad, hopende dat de voorbijganger een lekkernijtje voor hen heeft. Ik zie 500 kg kebab grazen en denk aan Bulent, de Turkse kebab verkoper op het Henseniusplein, die menig Venraynaar voorziet van een lekker hapje. Hij is altijd vrolijk, maakt met iedereen een praatje en zijn broodjes zijn niet te versmaden!

“Schaap?”, vraag ik aan hem, terwijl hij het malse vlees van de spindel afsnijdt antwoordt hij:” Nee kiep. Altijd goeie kiep”. En maakt voor mij weer een overheerlijk broodje klaar. Venray is een multiculturele samenleving. Op het Henseniusplein kan ik mij buiten het broodje Kebab tegoed doen aan een Vietnamese loempia gemaakt door de kleinzoon van een van de eerste bootvluchtelingen die in de jaren ’60 in Venray werden opgevangen. Ook de Chinees, de friettent en de oliebollenkraam ontbreken niet en voorzien ons van lekker eten, als we het thuis weer eens niet voor elkaar krijgen. Om de hoek floreert het Grieks restaurant om een eindje verderop een reclamebord te lezen dat mij van harte uitnodigt om overheerlijke Sushi te komen proeven in het nieuwe Sushi restaurant. Maar vandaag loop ik door naar de Eindstraat waar een Italiaanse pizza op mij wacht.

Maar dat boeit niet.

Als alleenstaande ouder en voormalig aardappeleter moet ik elke dag eraan geloven om als culinaire onbenul mijn kunsten achter het gasfornuis uit te voeren. Bruine bonen en erwten met worteltjes zijn taboe en hebben plaatsgemaakt voor vis- en wok gerechten, tapas uit Andalusië en cholesterol verlagende Oosterse gerechten. Ik wil indruk maken op mijn dochters, voel mij als Herman den Blijker en ga mee in de hype van kook cursussen. Herman maakt bekend dat hij, gezien zijn leeftijd niet alles zo maar klakkeloos naar binnen slokt wat de deelnemers aan zijn TV programma hebben klaargestoomd. En wat ik heb klaargemaakt wordt ook niet klakkeloos door mijn dochters naar binnen gewurmd en ik word regelmatig genadeloos afgestraft, omdat zij mijn culinaire fratsen maar niks vinden.

In wanhoop loop ik naar de kelder, pak een zak aardappelen, trek wat gehakt uit de diepvries  en neem een blik erwten met wortelen uit het kelderrek mee. Een van mijn dochters vraagt: “Papa, het is vrijdag, zullen wij bij Bulent een broodje gaan eten?’ En kan haar smeekbede niet weerstaan. Opgelucht haal ik adem, draai het gasfornuis uit, loop de deur uit, kijk nog even naar de schapen en rij naar hartje Venray. “Schaap?” vraag ik aan Bulent en zoals gebruikelijk antwoordt hij: “Kiep, heerlijke kiep”. De schapen zijn bij Bulent veilig, het broodje was zoals altijd overheerlijk en een smile van mijn dochters doet altijd wonderen!

Joseph H. J. Aldenzee

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 2804 keer
terug naar boven