Gewichtig carnaval

Carnaval. Wat heb ik mezelf dit jaar aangedaan? Ben ik als non gegaan? Heb ik de klompen van het melk-meisjespakje weer eens afgestoft? Of beleef ik nog steeds het grootse plezier aan het plastic zwaard(je!) dat hoort bij mijn piratenpak terwijl ik mijn neef uitdaag tot een ‘net-echt’ duel?

Ik had dit jaar ook nog een stel klapperpistooltjes en een cowboyhoed kunnen opsnorren. Al was die hoed inmiddels al dusdanig vaak gevouwen en al dusdanig vaak onderin de verkleedkist belandt dat het geen schoonheidsprijs meer zou verdienen, laat staan de originaliteitsprijs of de aanmoedigingsprijs.

Nee, dit jaar was toch het carnaval van zinnigheid. Van serieuze zaken. Diepgaande gesprekken over thuiszorg voor ouderen, maatwerk voor bijstandsgerechtigden en persoonlijk contact met werkeloze jongeren en moeilijke ‘doelgroepen’. Discussies over gemeentelijke politiek! Daar hebben we het over! De verkiezingen zijn toch echt in optocht! Uh… aantocht bedoel ik.

De smartlappen en het lofgezang klinkt nog na in mijn oren. Mijn stem is schor van het zingen. Mijn benen lam en moe. Mijn lachspieren overspannen. Ik heb vermoeide armen van al dat gezwaai, gesjouw met bladen bier en andere vochtige versnaperingen vol vertier. Ik rijm zelfs nog terwijl ik dit schrijf en hoewel ik eigenlijk nu iets heel zinnigs en diepgaands zou moeten toevoegen aan dit weekblad dat bij jouw ook net na de carnavalsdagen weer gratis op je deurmat verschijnt, heb ik eigenlijk maar een ontzettend belangrijke en zeer gewichtige zaak te melden: Lichtzinnnig. Zonder dat woord, was ik ditmaal nergens geweest. Wat jij?

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 1823 keer
terug naar boven