Nieuw!

Het was afgelopen maandag alsof het schooljaar weer opnieuw begon. De week ervoor had ik het al doorgekregen: Er zouden 8 nieuwe kinderen mijn klas in komen. In totaal zouden we over 5 groepen verdeeld ongeveer 35 nieuwe leerlingen verwelkomen. Het begint met een intakegesprek op het Asielzoekerscentrum waar de leerlingen en hun ouders voor worden uitgenodigd door onze coördinator, een collega die al jarenlang werkzaam is in het schakelonderwijs en ook als intern begeleider haar sporen verdiend heeft. Desalniettemin is zo’n intakedag vaak lopende-band-werk. In een kwartier á half uur per uitgenodigd gezin (soms ook meer naar schoolgaande kinderen) wordt er een eerste beeld geschetst.

janvandevenWaar komt het gezin vandaan, met wie zijn ze allemaal deze kant uitgekomen, onder wat voor omstandigheden zijn ze gevlucht, hebben ze al elders in de opvang gezeten, was dat in Europa of in de regio, hebben de kinderen in het thuisland al onderwijs genoten, zijn er traumatische ervaringen geweest waarvan het goed is om kennis van te nemen, hebben ze al eerder ergens anders in Nederland in een asielzoekerscentrum gezeten, hebben de kinderen al Nederlands onderwijs gehad, kunnen ze überhaupt schrijven, kennen ze letters, getallen of hebben ze nog nooit een potlood of een schaar in hun handen gehad? Een dag met 35 intakegesprekken van 35 nieuwe leerlingen levert 35 verschillende verhalen op van 35 kinderen met hun eigen onderwijsbehoeften en aandachtspunten.

Voor wie denkt dat dan de tijd van bezigheidstherapie, spelletjes doen en filmpjes kijken begonnen is, die komt bedrogen uit. In een Onderwijskundigrapport of Individueel Ontwikkelplan worden alle dingen vanuit die intake vastgelegd. Op basis van de vragen ‘Is het kind geletterd?’, ‘Komt het uit een taalverwant gebied?’ en de leeftijd van het kind wordt er bepaald wat we mogen verwachten en worden er meteen doelen gesteld. Vrijblijvend is niets meer in het onderwijs in Nederland, zelfs niet voor deze doelgroep.

Wat ik zelf altijd het belangrijkste vind is dat de nieuwe kinderen zich snel welkom en thuis voelen in de klas. Dat begint bij het doorlezen van alle opgestelde rapporten voordat de nieuwe kinderen mijn klas binnenkomen. Vooral de verhalen achter het kind interesseren me in eerste instantie. Wat ze kunnen en kennen is daarbij ondergeschikt. Kinderen die komen in verband met gezinshereniging, kinderen die zonder ouderlijk gezag gekomen zijn, kinderen die een dierbare verloren hebben door oorlogsgeweld, kinderen die al in Frankrijk, België of Duitsland de procedure doorlopen hebben, kinderen die nog nooit een school van binnen hebben gezien.

Zo stond ik maandagochtend met 8 verschillende verhalen in mijn achterhoofd bij de deur van mijn klas te wachten. De weergoden hadden een regendouche bedacht voor de eerste schooldag van deze groep. Als verzopen katjes kwamen ze letterlijk een-voor-een binnendruppelen. De high-fives bij binnenkomst waren net zo verschillend als hun verhalen. Vol bravoure en soms ook twijfelachtig. Enthousiast, maar soms ook angstig. ’s Middags gaf ik een lesje over het menselijk lichaam als opstapje naar een tekenopdracht om je eigen familie te tekenen. Wat zit er allemaal op en aan je hoofd? Als je een lichaam tekent, waar moet je dan zeker aan denken? Het zorgde voor prachtige en gedetailleerde familieportretten, maar veel belangrijker nog: Voor indrukwekkende, mooie en soms ook verdrietige gesprekken over het lot van hun eigen gezin. Toen ze die middag vlak voordat ze hun fiets weer op zouden gaan om de regen voor de tweede keer te trotseren nogmaals langsliepen voor een high five waren ze heus nog niet allemaal vol bravoure en enthousiasme. De twijfel en de angst waren echter wel verdwenen als sneeuw voor de zon! 

JAN

twitter
@janvandeven81

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 1074 keer
terug naar boven