Joseph H.J. Aldenzee - Alaaf

Nog even en de Carnaval breekt weer los. De liedjes zijn gemaakt en de SRV mannen die jaarlijks op de hoek van de Poststraat en de Julianasingel de kou kleumende massa  tijdens de optocht  voorzien van ongezouten humor, omlijst met frikandellen en glühwein, zullen weer zeker van de partij zijn. Het sprankelende carnavalshitje ‘Stuuterbal’ van diezelfde SRV-Mannen belooft dat we allemaal behoorlijk zullen gaan ‘Stuuteren’.

Bij Perry op de hoek, omgedoopt tot Snackbal ‘De Hoendel’, ben je voor aaachtfietig ook weer onder de pannen mocht de honger onverwachts toeslaan.

Carnaval, van religieus feest naar een commercieel feest, waar niets meer aan het doel van de Vastenavond als religieus feest refereert. Het laatste restje religie dat is overeind gebleven, is dat deken Smeets zijn traditionele zegen eraan geeft. Drie dagen lang zij we gelijkelijk, zonder rang of stand, en zelfs een moslim prins is allang geen issue meer. Het gevoel van samen zijn en samen doen is de stroop die de feestgangers bindt en er drie dagen lang een echt volksfeest van maken!

Al die mensen die maanden van tevoren aan de praalwagens werken, Circus Mök, de liedjes en andere creaties, de vele carnavalsverenigingen en hele gemeenschappen die zich inzetten om er het feest van het jaar van te maken.

Dat boeit niet.

Woensdag is het Aswoensdag. Uit de vraag of de deken op Aswoensdag aan de feestgangers het as zwarte kruisje nog op het voorhoofd mag zetten blijkt, dat velen niet eens meer weten van het bestaan en de symboliek achter het askruisje.

Ondanks de accijnsverhoging en dat het blond schuimend bier alleen in een plastic bekertje naar binnen gegoten mag worden, worden wij niet geremd om het kostelijke vocht in grote hoeveelheden naar binnen te gieten. Van een geregeld leven is geen sprake meer. Maar elke dag zat is ook een geregeld leven, nietwaar?

Hoe zat het nou ook weer? Zetten we drie dagen een masker op? Of juist drie dagen af? Woensdag zien we wel weer verder, met of zonder kater in ons hoofd en met of zonder askruisje op ons voorhoofd. En voor diegene die het niet meer weten, het askruisje herinnert ons eraan dat wij stoffelijk zijn. Als de deken het ons toedient spreekt hij dan ook de woorden uit: ‘Gij zijt van stof en zult tot stof wederkeren’.

Maar nu nog even niet! Eerst vastelaovond vieren. Alaaf! En ik wens iedereen veel plezier, met of zonder masker! Ik ben er even niet. Even ‘Stuuterballen’.

Joseph H.J. Aldenzee

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 2166 keer
terug naar boven