Joseph H.J. Aldenzee - ‘Oud willen we worden maar het niet zijn!’ Trendy en kleurrijk de lente in!

De lente komt al aardig op gang en de winterjassen verdwijnen zo langzamerhand in de kast. We zien de eerste groene blaadjes verschijnen en de frivole kleurrijke outfits hangen aan de rekken in de winkels. Je struikelt over de aanbiedingen en, al is het pas april, de borden met uitverkoop schreeuwen ons al toe vanaf de stoep. Creatieve modeontwerpers worden door het publiek en, vooral ook door zichzelf, gezien als visionairs en die al dan niet gegronde visie laat de mode-industrie op volle toeren draaien. Dat op volle toeren draaien vindt overigens zelden in ons eigen land plaats maar goed, de economie in een aantal derdewereldlanden kan ook wel een impuls gebruiken en de winsten komen toch wel op een of andere manier bij ons terecht.

joseph aldenzeeOm het gedrag van de minder kooplustigen te stimuleren worden er door ingehuurde reclamegoeroes termen als ‘slow time’, ‘zacht en zoet’, en ‘cool blue’ tegenaan gegooid. Cool Bleu, dat hoorden we in de jaren ’70 ook al, toen we massaal aan de spijkerbroek gingen. Was deze op de knieën doorgesleten - tenslotte was een spijkerbroek een werkbroek - dan naaide moeders er wel weer een lapje op. Tegenwoordig betaal je voor een versleten uitziende broek die van ellende haast uit elkaar valt de hoofdprijs. De modemakers geven ons daarmee het onbewuste gevoel dat je een hardwerkende man of vrouw bent en er dus in onze maatschappij helemaal bij hoort wanneer je met je scheuren en gaten nonchalant door de straten slentert. Erbij horen, daar draait het tenslotte allemaal om in de mode. Maar als ik om mij heen kijk en al deze bewust vernielde spiksplinternieuwe broeken rondom de, vaak net te forse dijen zie, heb ik niet echt het gevoel dat de schade is veroorzaakt door zware arbeid. Integendeel, de uitstraling van veel van de dragers doet vermoeden dat de enige lichamelijke inspanning die gepleegd wordt, in de sportschool of in het uitgaansleven plaats vindt.

Omdat de kosten in de gehele keten van de mode-industrie laag gehouden moeten worden, werken onze pubers op de vrijdagavond en zaterdag tegen een loontje waarvan je amper zelf een flinke scheur kan aanschaffen. Zij proberen ons er van te overtuigen dat zo’n rafel-jeans echt een must is. Indien we na even aandringen een bezoek hebben gebracht aan het pashokje trachten ze ons er van te overtuigen dat het ’fantaaaastisch’ staat. Jawel, ook ik ga door de knieën. Letterlijk en figuurlijk en koop bij Wolff jeans mijn trendy gescheurde spijkerbroek. Ik had enige twijfels, maar als twee prachtige oogstrelende jonge meiden allebei met complimenten strooien alsof je George Clooney zelf bent, wat valt er dan nog tegenin te brengen?

De realiteit laat niet lang op zich wachten, eenmaal thuis zegt mijn dochter : ’Mooie broek papa, maar ben jij daar niet te oud voor?’ Hoe groot wil je een anticlimax hebben!? Min of meer ontgoocheld kijk in in de spiegel en zie dat mijn kont nagenoeg verdwenen is en op die plek heel veel versleten spijkerstof over is. Er zit niks anders op dat mijn oude slobbertrui maar weer uit de mottenballen te trekken. Die hangt zover over mijn kont dat zelfs de scheuren in mijn pas verworven gadget niet meer zichtbaar zijn.

Dat boeit niet

We moeten realistisch zijn. Het door de mode-industrie veel gebruikte maatje 36 bestaat maar voor heel weinig mensen in het echt. Zo gauw een vrouw flink over de 20 begint te geraken is daar niets meer van over. Maar de mannen kunnen er ook wat van. Dat buikje komt er vroeg of laat. En zo’n ‘Goesting’ buikje krijg je zomaar als ik in dit Venrayse proeflokaal de ontelbare soorten gerstenat door de kelen van de mannen naar binnen zie glijden. Op een gegeven moment zie je nou eenmaal je tenen niet meer als je onder de douche staat. Dat hoort bij het leven. ‘Mannen zijn nu eenmaal zo geprogrammeerd dat zij meer aandacht besteden aan een mooie vrouw dan aan een ‘Bleke Bets’, aldus onderzoekers van het Amerikaanse tijdschrift ‘Cognitive & Affective Neurociense’. Ik ben geen wetenschapper maar zou graag met plezier op zo’n bankje op het Schouwburgplein plaats willen nemen, om al dat zomers moois dat Wolff te bieden heeft en nog niet gepreserveerd is door het Venrayse voorbij te zien paraderen. Helaas, deze bankjes op onze pleinen worden constant bezet gehouden door mijn andere voorland; de mannelijke rollator-, en scootmobielgebruikers. In ieder geval illustreert dat weer eens , dat alles relatief is. Ik ga dan maar op een terrasje zitten en neem een biertje en een portie bitterballen. Dan komen die scheuren in mijn ‘Coolblue’ Jeans op een gegeven moment vanzelf wel. Laat de zomer maar komen! 

  • Beoordeel dit item
    (0 stemmen)
  • Gepubliceerd in Column
  • Lees 978 keer
Meer in deze categorie: « Golfbreken! Goed bedoeld »
terug naar boven